Heraldiek


Ridder Ulrich von Liechtenstein uit de 14de eeuwse Codex Menesse.Geschiedenis van de heraldiek

In de middeleeuwen werd regelmatig gevochten. Om in de strijd te zien wie vriend en wie vijand was droeg elke ridder zijn eigen teken, het wapenschild. Omstreeks de 10de en 11de eeuw kwamen wapens voor het eerst voor. De heraldiek, de wapenkunde of heraldische wetenschap, is eigenlijk een puur Europese aangelegenheid. Eigenlijk is de juiste omschrijving: de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoeken van de geschiedenis van de heraldiek, het op de juiste manier ontwikkelen van nieuwe wapens en het op de juiste manier optekenen van de beschrijvingen van wapens.

Oorspronkelijk hadden alleen heren en ridders een wapenschild. Dit embleem lieten ze ook vaak afbeelden op vlaggen, zegels en bijvoorbeeld op de buitenkant van hun verblijf. De kinderen erfden de schilden en toonden daarmee aan van goede familie te zijn. Na verloop van tijd mochten ook anderen een wapenschild hebben, zoals steden, gilden en sommige belangrijke burgers.

Heraldiek is afgeleid van het oud-franse woord herault. Dat woord is in verschillende Europese landen overgenomen. In Nederland zeggen we heraut, de Engelssprekende landen noemen het herald, in het Duits is het herold.

Wapenschilden werden ontworpen door herauten. Herauten waren mensen die hun diensten aanboden aan de ridders. Pas na zeven jaar assistent (persevant) werd men heraut om dan ooit als hoofd van een groep herauten wapenkoning te worden.

De heraut noteerde alle wapens in een apart wapenboek, zoals het bekende Wapenboek Gelre. Tijdens een oorlog moesten de herauten lijsten samenstellen van de ridders die naar het slagveld gingen, waardoor achteraf eenvoudig de omgekomen ridders geïdentificeerd konden worden. De heraut oefende vanaf de 12de eeuw functies uit met betrekking tot:

·        de oorlog (oorlogs- en vredeverklaring en maanbrieven overbrengen);

·        steekspelen (signaal tot de strijd geven);

·        ridderschap (onderzoek van de titels en adellijke rechten van ridders);

·        heraldiek (opstellen van wapenschilden en genealogie);

Vanaf de 14de eeuw behoorden de herauten tot de vaste kern van vorstelijke hoven. Aan het einde van de 18de eeuw verdwenen de herauten. Mogelijk als gevolg hiervan ontstond het begrip Heraldiek. Alleen in Engeland en bij kroningsplechtigheden in Nederland en Zweden heeft de heraut nog een functie.

In tijden dat het wapenschild niet gebruikt werd, werd het schild aan een draadnagel aan de muur gehangen, op een plankje daarboven zette men de helm met het helmkleed er omheen. Zo creëerde men een fleurige wandversiering wat uiteindelijk de oorsprong was van de huidige opbouw van het familiewapen.


Wie heeft een wapen?

Er wordt wel verondersteld dat alleen adellijke families een wapen kunnen hebben. Dit is niet het geval. Veel families hebben vanouds een wapen, maar de kennis daarvan is bij veel families verloren gegaan.

Het gebeurt wel dat een familie een wapen voert dat afkomstig is van een andere familie met (bijna) dezelfde naam. Men spreekt dan van een geassumeerd wapen. Dit wordt door heraldici niet gewaardeerd, maar het is wettelijk niet verboden.

Draagt men een zegelring, dan hoort daar een wapen in te staan. Wie geen wapen heeft, hoort geen zegelring te dragen. Een zegelring met een ongegraveerde steen wordt wel minachtend een “tegelring” genoemd of zoals de Engelsen zeggen een Lord Gladstone.


Opbouw van een wapen

In de heraldiek is het belangrijk dat de elementen en pronkstukken waaruit het wapen is samengesteld, schild, kroon of helm, helmteken en dekkleed in een juiste verhouding tot elkaar getekend worden en zo natuurlijk mogelijk worden afgebeeld.

Een wapen kan uitsluitend bestaan uit een schild, maar vaak worden rondom het schild zaken, de zogenaamde pronkstukken toegevoegd, de volgende attributen kunnen deel uitmaken van een wapen:

1.  Het Wapenschild is het belangrijkste deel van het wapen en staat centraal geplaatst. Op het schild vinden we stukken, die in een bepaalde reeks van kleuren zijn neergezet;

2.  Een Helm of Kroon rust op of overtopt het schild. Als de helm met figuren is beschilderd, noemen wij deze helmfiguren. De kroon wordt ook wel rangkroon genoemd en verschilt per rang binnen de adel. Bij de katholieke geestelijkheid wordt het wapen gedekt door een hoed met kwasten. De kleur van de hoed en het aantal kwasten verschilt naar gelang de plaats in de kerkelijke hiërarchie. De helmkroon (in het Duits Helmkrone of Laubkrone) werd in het Heilige Roomse Rijk lange tijd verleend aan de ongetitelde adel. Op het wapenschild kunnen één of meer helmen worden geplaatst. Alleen bij een koning is het vizier van de helm geopend;

3.  Dekkleden zijn ontstaan uit een kleedje dat van achteren over de helm viel ter bescherming tegen de zon, als er geen kroon op de helm rust dan wordt deze bedenkt met een wrong. De wrong was bedoeld om het dekkleed op zijn plaats te houden;

4.  Een schild kan worden gedragen door (fabel-)dieren of menselijke figuren, de zogenaamde schilddragers. Deze staan aan weerszijden van het schild;

5.  Een wapenspreuk of motto en een boven het wapen aangebrachte leus;

6.  Een wapenmantel of baldakijn (een opengeslagen middeleeuwse tent, of een met hermelijn gevoerde mantel die rond het wapen is geslagen.

In of aan het schild kunnen ook de ridderorden van de bezitter worden aangebracht. In de heraldiek is het regel dat het wapen er natuurlijk uit dient te zien. De grootte van de onderdelen dient op elkaar afgestemd te zijn en de schilddragers moeten er daarom, ook al zal men nooit een leeuw met een helm op zijn kop een schild zien vasthouden, natuurlijk uitzien en ook ergens op kunnen staan. De grootte van de kroon moet ook in verhouding staan tot de grootte van het schild. Soms werd wel gezondigd tegen deze of andere heraldische regels.

 


Links of rechts

Van belang is dat indien er in een beschrijving gesproken wordt over de linker- of rechterzijde van het schild, of dat bijvoorbeeld een dier naar links of rechts kijkt, dit gezien moet worden alsof men zelf achter het schild staat. Voor alle duidelijkheid zegt men ook wel heraldisch links en heraldisch rechts. De dieren op de meeste wapens, waaronder de leeuwen van het Nederlandse en Belgische wapen kijken dan ook naar de (heraldische) rechterkant van het schild.

Er is een goede reden waarom dieren naar rechts kijken. Een rechtshandige ridder draagt zijn speer in de rechterhand en het schild in de linkerhand. Vaak hangt het schild aan de linkerkant van zijn lichaam. Het dier op het schild kijkt dan in dezelfde richting als de ridder. Hieruit kan men concluderen dat een linkshandige ridder een schild nodig had waarop het dier andersom keek, en dat was inderdaad het geval. Tegenwoordig lijkt dit niet meer van toepassing te zijn, omdat er geen toernooien meer worden gespeeld en wapenschilden alleen als ornamenten dienen.

Toch zijn er situaties waarin hiermee rekening moet worden gehouden. Staat er een heraldisch dier aan de rechterkant van een auto, dan behoort die afbeelding in de regel “omgewend” te zijn, zodat het dier naar de voorkant van de auto kijkt. Worden twee wapenschilden naast elkaar afgebeeld, bijvoorbeeld de wapens van een echtpaar, dan zorgt men ervoor dat de wapens elkaar aankijken.


Blazoenering

Het begrip blazoeneren waaronder het beschrijven van wapenschilden wordt verstaan is afgeleid van het woord blazen. Wanneer en de middeleeuwen een heraut op het tornooi de namen, de titels, de afstamming en het wapen van zijn ridder afriep, werd daarbij namelijk uitbundig op bazuinen geblazen.

Bij de juiste beschrijving (blazoenering) van een wapen begint men met de verdeling van het schild, daarna met de klok mee de beschrijving van het hoofdteken dan wel de hoofdtekens. Vervolgens beschrijft men de helm of rangkroon, het helmteken en de dekkleden. Daarnaast kunnen nog schildhouders, wapenspreuk en wapenmantel beschreven worden.


Kleuren

Bij de omschrijving van een wapen is het gebruikelijk dat men heraldische namen gebruikt voor de kleuren en metalen. Bovendien kan elke kleur een symbolische betekenis hebben, maar opvattingen verschillen per tijdperk, land of persoon.

In de heraldiek zijn twee opvattingen van kleur: In de engere betekenis zijn de kleuren de vier donkere kleuren die in de heraldiek gebruikt worden. Dit is in tegenstelling tot de metalen en de pelswerken. In deze betekenis heet een kleur een email. In de ruimere betekenis zijn de kleuren de emails, de metalen en de pelswerken bij elkaar. In deze betekenis heet een kleur een tinctuur.

In oude boeken, die nog niet in kleuren gedrukt konden worden, konden de kleuren worden gelezen door een systeem van puntjes, streepjes, enz. In 1638 bedacht een zekere Pater Petra Sancta het systeem dat we vandaag de dag nog gebruiken. Het systeem is internationaal doorgevoerd en maakt het mogelijk om alle zwart-wit wapens in kleur te zien. Een goede graveur graveert zelfs in zegelringen de kleurcode mee, zodat zelfs in lakafdrukken de kleurcode te zien is.

De volgorde van de heraldische kleuren zijn een maatstaf voor de belangrijkheid van het wapen. Dragers van een wapen met een eerste heraldische kleur of metaal waren hoger in aanzien dan deze met een lagere kleur of metaal. De heraldische kleur bepaalt meer nog dan de stukken wat de rang is van de drager van het wapen.  

Emails (heraldische kleuren):

·  azuur of lazuur (blauw, horizontale arcering);

·  keel (rood, verticale arcering);

·  sinopel (groen, diagonale arcering links boven - rechts onder);

·  sabel (zwart, effen zwart of horizontale en verticale arcering).

Niet heraldische kleuren:

·  purper (diagonale arcering links onder - rechts boven);

·  oranje (als rood plus goud, verticale arcering, afgewisseld met puntjes);

·  bruin (verticale arcering plus diagonale arcering links onder - rechts boven).

Metalen:

·  or (goud of geel, puntjes);

·  argent (zilver of wit, effen wit).

Pelswerken:

·  hermelijn (getekend als een metaal en een email);

·  vair (getekend als een metaal en een email).

Een regel binnen de heraldiek is dat men geen combinatie mag maken van kleuren van dezelfde soort: een metaal mag niet met een metaal gecombineerd worden, een email niet met een email. Het is dus niet toegestaan om een Lelie van or op een veld van argent te plaatsen. Hierop zijn slechts weinig uitzonderingen. De koning van Jeruzalem (vanaf de 1ste kruistocht) droeg een kruis van or op een schild van argent, ook de paus verenigt de twee metalen in zijn wapen. In de 18de eeuw raakte de heraldiek in verval. Men verloor het doel van het wapenschild, de gemakkelijke herkenning van het wapen, uit het oog en leefde zich uit in fantastische vormen en stukken. Daardoor ontstonden ook wapenschilden die personen en objecten uit de natuur bevatten. Deze worden dan beschreven met de woorden “in hun natuurlijke kleur”. Elke kleur kan een symbolische betekenis hebben, maar opvattingen verschillen per tijdperk, land of persoon. De meest voorkomende symbolische betekenissen zijn:

·    Blauw: trouw, bestendigheid, deemoed en waarheid;

·    Rood: moed, opoffering, triomf, heerschappij, recht, vurig verlangen naar deugd,     overwinnende kracht;

·    Groen: vrijheid, schoonheid, blijdschap, vriendschap, mildheid en hoop;

·    Zwart: gevaar, kracht, erg ver af van het licht, de glans en de vreugde;

·    Purper: waardigheid en matigheid in overvloed;

·    Goud: wijsheid en rijkdom;

·    Zilver: trouw.


Het schild

Het schild is het oudste en belangrijkste deel van het wapen. Het wapen kan ook uitsluitend uit een schild bestaan. De herdelingen, kleuren en figuren op het schild zijn bovendien de belangrijkste herkenningstekenen, eigenlijk is de rest rondom het schild slechts versiering.

De meest gebruikte schilden zijn die met een halfcirkelvormige onderkant (sinds 1380) en met een accolade onderkant (einde 18de eeuw), de verhouding van hoogte:breedte is 7:8. Het driehoeksschild dateert van de vroege middeleeuwen en is enkel terug te vinden bij oude adellijke of burgerlijke geslachten (voor 1380).  Ongehuwde vrouwen voeren meestal een ruitvormig schild (sinds de 16de eeuw), gehuwde vrouwen een ovaal schild (sinds de 17de eeuw).

Het schild kan loodrecht of schuin (gekanteld) geplaatst worden. In middeleeuwse wapenboeken staat het vaak gekanteld. Meer dan drie schilden in een groep worden op rangorde geplaatst en schilden van dezelfde rang worden geplaatst naar ouderdom. Een omgekeerd wapen, soms op grafstenen, betreft een uitgestorven geslacht. Een “dodenschild”, een zwart ruitvormig houten paneel waarop het familiewapen van een gestorvene is afgebeeld, vindt men wel opgehangen in de kerk, waar deze begraven ligt.

Het oppervlak van het schild noemt men het schildveld, waarop afbeeldingen (stukken) in kleuren, metalen en bont zijn aangebracht in een welbepaalde combinatie. Alle afbeeldingen op het (schild)veld noemt men stukken, ingedeeld naar heraldische en gewone stukken.


Vlakverdeling van het wapenschild

Een schild kan op verschillende manieren worden verdeeld. Men onderscheidt hierbij hoofddelingen en herdelingen. De vlakken die ontstaan na delingen noemt met kwartieren. Een gevierendeeld schild is dus verdeeld in vier kwartieren, waarvan 1, het eerste kwartier, als rechtsboven wordt aangeduid. Bij het tellen doorlopen we de velden rij voor rij horizontaal.

Indien een gevierendeeld of gekwartierd schild uit meerdere wapens is samengesteld, bepaalt de nummering ook de rangorde of belangrijkheid van de verschillende families. 1 het belangrijkst en 4 het minst. Bij kwartieren die zelf ook zijn gekwartierd duiden we de vlakken binnen het kwartier aan met a, b, c, enz. De zo ontstane vakken noemt men geer. Van een zogenaamd “hartschild” moet het hart altijd het model van het echte schild volgen.


Tekens van rang en waardigheid

De tekens van rang en waardigheid zijn verdeeld in: Kronen, (rangkroon en helmkroon), Ridderorden, Hoeden (binnen de katholieke geestelijkheid) en andere waardigheidstekenen. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op de rangkroon, de helmkroon en onderscheidingstekens.

Het schild kan in plaats van een helm, met een kroon bedekt worden, echter ook een combinatie komt voor. De kroon als schilddekking ontstond vanaf het begin van de 15de eeuw. Kronen worden ter onderscheiding afgebeeld als halve cirkel. Kronen op wapens worden zonder muts afgebeeld. Kronen zijn gouden hoofdbanden al dan niet versierd:

·    met edelstenen;

·    op de hoofdband met fleurons (gestileerde bladeren of rozetten) en parels geplaatst (verhoogd);

·    gevoerd met een muts van rode of purperen stof;

·    bij vorsten gaan diademen, met parels bezette beugels, kruislings over de hoofdband heen, ondersteund door fleurons. Op het kruispunt van de diademen een wereldbolletje overtopt door een kruisje.

De helmkroon heeft meestal op de hoofdband 4 fleurons en 4 parels. Afgebeeld met 2 halve fleurons op de zijkant, 1 hele fleuron in het midden, ertussen met een parel en alles op gelijke afstand. De helmkroon werd in de Duitse heraldiek gebruikt als onderscheidingsteken van de ongetitelde adel (Laubkrone of Adelskrone). In de loop der tijd werd de helmkroon echter ook door de niet-adellijke hoge en welgestelde burgers gebruikt als versiering.

Onderscheidingstekens, zoals de medailles van ridderlijke Orden kunnen om het schild worden gehangen, waarbij de medaille onder het schild uitkomt. Wanneer deze onderscheiding slecht is toegekend aan één persoon mag alleen hij of zij dit onderscheidingsteken samen met zijn of haar wapen voeren. De erfelijke opvolgers mogen dit onderscheidingsteken niet voeren.


De helm

Op het schild kan een helm geplaatst worden. Als het schild gekanteld staat, wordt de helm op de bovenste hoek geplaatst, anders gewoon boven op de schildrand. In speciale gevallen kunnen ook meerdere helmen op een schild staan, en ze kunnen zo ongeveer alle richtingen uitkijken (behalve naar achter). Bij een alliantiewapen (combinatie van het wapen van man en vrouw) worden de twee helmen uit “elegance” naar elkaar toegewend. Bij drie helmen de middelste aanziend en de buitenste toegewend, enz. De helm rust op de bovenste schildhoek wanneer het schild hellende is.

Er bestaan verschillende soorten helmen, te weten: de kuip- of pothelm en de kegelhelm (krijgshelmen), en de steekhelm, de viezierhelm (toernooihelmen) en de traliehelm. In vele landen bleef de traliehelm voorbehouden aan de adel die toernooigerechtigd was. Aan traliehelmen hangt vaak een ketting met een symbool rond de hals, waarschijnlijk had dit iets met herkenning op toernooien te maken.

Elke helm komt het meest voor in de periode waarin hij ook op het slagveld of toernooiveld het meest gebruikelijk was. In de huidige heraldiek wordt meestal de traliehelm aanziend of gewend gebruikt. Ook komt linksgewend bij helmen voor.

Vrouwen en clerici hadden evenwel nooit helmen in hun blazoen. Clerici gebruikten hoeden met kwasten volgens een ingewikkeld systeem.


Helmteken

Het helmteken ontstond in de 12de eeuw naar aanleiding van het gebruik om helmen te beschilderen met figuren om de herkenbaarheid te vergroten. Vaak, maar niet altijd, verwijst het helmteken naar een van de figuren op het wapenschild. Later werden deze figuren boven op de helm geplaatst. Bij een familiewapen rust het helmteken dan ook op de helm (wrong) of helmkroon. De stand van het helmteken wordt bepaald door de stand van de helm.

Het helmteken de “vlucht” komt het meest voor, maar ook een uitkomende leeuw, olifantstrompen of pauwenveren. Bij een aanziende helm is de vlucht geopend, waarbij vaak een stuk van het schild wordt herhaald. Bij een gewende helm is de vlucht gesloten. De vlucht is voorzien van de hoofdkleur en/of metaal en van het schild. Bij de beschrijving wordt vermeld of het helmteken “uitkomend” (met voorpoten of armen) of als “romp” en dus zonder poten wordt afgebeeld.

In Duitsland nam het helmteken (meestal “Kleinod”, soms “Zimier”) groteske vormen aan. Waren eerst pauwenveren en vleugels voldoende, later keerden ook de oudgermaanse buffelhoorns terug en in het begin van de 14de eeuw zien we op de steeds spitser wordende toernooihelmen ook hele bouwsels verschijnen. Het ging om kokers, met belletjes en ornamenten. De pauwenveren staken uiteindelijk uit de punt van het torenhoge bouwsel.

In de Duitse landen zien we ook menselijke en dierenfiguren als helmteken opduiken. Soms “Uitkomend” (met voorpoten of armen) soms als “romp” zonder poten. Als helmtekens komen we onder andere tegen: ezelsoren, windmolens, beren die boomstammen doorzagen, leeuwenkoppen, zwanen, rechtopstaande gekousde benen, stierenhoornen, eenhoorns en de Joodse held Judas Maccabeus met een karakteristiek Joodse neus en heidenhoed.

In Duitsland was het na de middeleeuwen niet ongebruikelijk om meerdere helmen met helmtekens op één schild te plaatsen. Zo had het grote wapen van de koning van Saksen maar liefst zeven helmen en helmtekens op één enkel schild. Moderne Duitse heraldische tekenaars zijn na de ontsporingen van de 18de en 19de eeuw in de 20ste eeuw weer terug gekeerd naar hun bronnen en beelden wapens weer in puur middeleeuwse en sobere stijl af.


Dekkleed en wrong

Het dekkleed is ontstaan uit een kleedje dat van achteren over de helm viel ter bescherming tegen de zon en op zijn plaats bleef door de wrong (een in elkaar gedraaide lap). Later kreeg dit kleed een versierende functie; vanuit een wrong ineengedraaid boven op de helm naar de zijden bladvormig uitgesneden. Een ander woord voor dekkleed is helmkleed. Heden ten dage is het dekkleed een vaststaand onderdeel van een volledig wapen voorzien van de hoofdkleur en metaal van het schild. De wrong wordt niet beschreven, daar de kleur en metaal dezelfde zijn als het dekkleed. Bij een aanziende helm moet het dekkleed symmetrisch zijn, bij een afgewende helm mag het dekkleed niet symmetrisch zijn. Wrong en kroon gaan nooit samen.


Portraitcompany.nl

Wilt u een portret laten schilderen van uw kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders of partner. Portraitcompany biedt 100% handgeschilderde portretten voor een betaalbare prijs!

Ook voor het laten schilderen van uw familiewapen.

www.portraitcompany.nl